Ooit was de Amsterdamse Rapenburgerstraat een drukke straat met kleine bedrijfjes en winkels. Er was een hoedenfabriek, een diamantslijperij, er waren zuurfabrieken en vrijwel ieder huis had op de begane grond een kruidenierszaakje, een bakkerij, slagerij, visboer, kolenhandel of een ander soort winkel. De huizen waren vaak voor en achter opgedeeld in twee losse woningen, volgepakt met mensen. Het waren bijna allemaal joden. Vrijwel niemand overleefde de oorlog ….

Lees het gedicht op de website van Willemien Spook of luister hieronder naar het gedicht voorgelezen door Willemien.