Aart Mak – Kunst en religie – toespraak bij de opening van de expositie 11 maart 2016

april 12, 2016 • Kloostergangen exposities 2016, Nieuws • Gezien: 443

Fijn dat u er bent.
U staat op de drempel van een expositie waar 13 kunstenaars 34 werken laten zien. Al die werken hebben te maken met het thema Kunst & religie.

Het geval wil dat kunst en religie meer dan één ding gemeen hebben. Beide gaan over zaken waar we alles van weten maar niets van kunnen vasthouden of in staat zijn met ons verstand te bevatten. Dan heb ik het over dood en leven, liefde en het tegendeel daarvan, goed en kwaad, of er meer is tussen hemel en aarde, bezieling, bevlogenheid, het mysterie van de mens en het raadsel van dit leven.

Ik kwam in de werken die ik al eerder mocht zien, woede tegen, woede over religie en haar misdaad tegen de mensheid, de mishandeling van vrouwen, van kinderen, van met religie schermende terreurorganisaties en hoe die de schoonheid van dit bestaan doen verkeren in zijn tegendeel. Ergens zie ik een duif, wit en wanhopig fladderend. Ik zie een moeder die haar dode zoon omhelst, hartverscheurend om te zien.

Ik zag werken van kunstenaars die hun hoop vestigen op de ruimte, de ruimte en de stilte van de kathedraal bijvoorbeeld, maar ook op de meer dan drie dimensionele ruimte waarin een engel aan je kan verschijnen of een gans ons hoedt.  Is dit sprookjestaal? Het is de taal van de ziel. Goede kunst verraadt altijd het landschap van de ziel. De kathedralen-bouwer doet niets anders dan ruimte geven aan een leegte die gevuld moet worden door mensen, door licht, door aanwezigheid. Dat is aan onszelf, dat kan niemand ons opleggen. Wie zo’n ruimte binnenkomt, betreedt heilige grond, bekruist zich, door zijn vingers nat te maken in een wijwatervat, in allerlei varianten hier te zien.

Religie en kunst gaan over overgave, toewijding, devotie zelfs. Aan iets of iemand, aan schoonheid, aan waarheid, aan liefde. Wie gevoelig is, huivert des te meer voor alles wat die schoonheid waarheid en liefde tegenspreekt. Daar gaat kunst ook over. En daar gaat religie ook over, als het goed is. Over alles wat goed is en waarom dat soms zo slecht uitpakt.

Wat ons bezielt, is te groot om te bevatten. Het barst uit zijn voegen. Het is louter licht en waar kun je dat vangen? Goed beschouwd kunnen mensen niet met kunst omgaan. Ze doen er een lijstje om, ze bevestigen het aan de muur en Zo bedden zij het in in ons aller geborneerde leventje. Dat geldt evengoed voor gebouwen als synagoge, kerk of moskee die niet meer zijn dan een flauwe afspiegeling van wat een onmetelijke ruimte hoort te zijn en dus als gebouw ook weer en inperking van wat onmetelijk en oneindig is. En wee de samenleving die dat onderscheid niet in de gaten heeft. Ik citeer op dit moment graag het gedicht godsbegrip van Bertus Aafjes.

 

Godsbegrip

 

God zit niet op een troon van chroom of nikkel – 

Soms zit hij in een oude pereboom

en merelt,

soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind

want hij is altijd soms.

Hij is geen kerk van holle eeuwigheid,

hij is geen kathedraal van hoge lege almacht,

hij is een nu, een hier, een altijd soms,

soms lust die schuimt, 

soms een verliefdheid, 

en wee de maagd.

 

Maar altijd is hij overal in alles

zoals het is, 

zoals het soms en altijd anders is. 

Daarom is het een kunst op zich om zo te kijken dat je in het kleine het grootse ziet, in de voorkant de achterkant en in de zichtbare boom de wereld van de wortels ontwaart.

Als laatste wil ik wijzen op dat schilderij waarop een ezeltje is te zien dat alles draagt. Dit is een uiting van waar het om gaat, om compassie. In een bestaan dat soms te gruwelijk is voor woorden (en beelden), is dit het woord – compassie – dat ons allen verbindt en in de juiste verhouding tot elkaar en tot het leven zet.

En daarmee verklaar ik graag deze expositie officieel voor geopend.

Aart Mak

Comments are closed.

error: De inhoud van deze site liever niet kopiëren, dank je wel.